Schilderijen Van Looy geschonken aan Frans Hals Museum

Frans Hals Museum

Haarlem, 28 maart 2019 - Schilderijen van de Haarlemse schilder en schrijver Jacobus van Looy (1855-1930) worden op 28 maart geschonken aan het Frans Hals Museum. Eerder beheerde de Stichting Jacobus van Looy diens nalatenschap. Het persoonlijke archief, alle tekeningen en de literaire erfenis gaan naar het Noord-Hollands Archief. 

De kunstenaar

Jacobus van Looy werd geboren als zoon van een timmerman. Omdat zijn ouders kort na elkaar overleden, groeide hij vanaf zijn vijfde jaar op als weesjongen in het Gereformeerd Burgerweeshuis aan het Groot Heiligland in Haarlem. In dit gebouw is nu het Frans Hals Museum gevestigd. Hij volgde de opleiding tot huis- en rijtuigschilder. Hij was echter een getalenteerd tekenaar en door financiële ondersteuning van de directeuren van De Teylers Stichting kreeg hij de mogelijkheid om aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam te studeren. Als kunstenaar was hij Haarlems enige echte impressionist en oriëntalist.

Het Frans Hals Museum beheerde reeds de ruim zeventig schilderijen uit de nalatenschap, toen nog in bezit van de Stichting Jacobus van Looy. Deze worden nu geschonken aan het Frans Hals Museum. De werken van Van Looy kwamen geregeld voor in tentoonstellingen die het museum organiseerde. Zo was er in de recente tentoonstelling Frans Hals en de Modernen nog een studie van de handen in een van de schuttersstukken van Frans Hals, te zien. Ook in de tentoonstellingen O MUZE! (2016) en Reiskoorts (2017) was werk van Jacobus van Looy te bewonderen. De kunstenaar Than Hussein Clark stelde Van Looy centraal in een site-specifieke sculptuur in 2016 in het Frans Hals Museum.

De schrijver

In de nalatenschap van de kunstenaar bevindt zich naast de schilderijen en 597 tekeningen ook zijn persoonlijk archief, waaronder alle manuscripten van zijn boeken en persoonlijke correspondentie. Behalve schilder was Van Looy een begenadigd schrijver. Hij maakte deel uit van de redactie van het letterkundig tijdschrift De Nieuwe Gids van het literaire gezelschap de Tachtigers. In zijn deels autobiografische cyclus Jaapje, Jaap, Jakob beschrijft hij zijn jeugd in het weeshuis en zijn tijd als drukkers- en schildersleerling. De lezer krijgt hierdoor een goede indruk van Haarlem uit de jaren 1860-1870. Naast het schrijven van proza vertaalde hij werken van onder meer Shakespeare. Van Looy ontving in 1884 de prestigieuze Prix de Rome en reisde daarna van 1885 tot 1886 naar Italië, Spanje en Marokko. Van deze reizen deed hij regelmatig schriftelijk verslag.

www.franshalsmuseum.nl